Kempenkamp 2008: Citaten

  • Tom Weijtens: “Niet tegen mijn moeder zeggen hè, dat ik dit allemaal eet.” (Nee Tom, zo zijn wij niet. Wij schrijven het op internet.)
  • Marc Montree (bij de dropping): “Ik zit in een groep met alleen meisjes.” Potige: “Vind je dat erg?” Marc: “Nee hoor.”
  • Ruimtesmurf is nog geen vijfhonderd meter van de blokhut maar belt voor het telefoonnummer van Hippe smurf, die hem moet ophalen bij de dropping. Als de andere smurfen hem zeggen: “Je moet wel 31 er voor toetsen vanuit het buitenland.” reageert hj met: “Ik ben toch niet in het buitenland?”
  • Mathijs Pellemans (de ochtend na de dropping): “Het meest frustrerende aan de dropping is dat Boerensmurf na viereneenhalf uur helemaal niks van pijn of vermoeidheid voelt.”
  • Tom Weijtens (bij het kampvuur, tijdens het maken van marshmallow): “Je moet je spekje daar bij dat verbrand vuur houden.”
  • Boerensmurf die de Koninklijke Militaire Academie doet, heeft voor een potje levend stratego nagedacht over zijn ambities. Hij is eruit, hij wordt vlag.
  • Martien van den Broek, als hem gevraagd wordt waarom hij bang was in het donker: “Ik was niet bang voor het donker, maar voor Dichtsmurf.”
  • Gregory Lenssen, nadat zijn bord weer helemaal leeg was: “Het is dat ik niet thuis ben, anders zou ik mijn bord aflikken.”
  • Brilsmurf (als hij het heeft over het team De Dead Body Hunters): “De Dead Body Hamsters”
  • Martien van den Broek (wordt tot actie gemaand bij levend stratego) “Actie wordt overschat.”
  • Potige smurf, bij het cryptogram dat Bril en Klungel aan het invullen zijn, heeft een oplossing voor Dooddoener horizontaal 4 letters: “Arno” Latere toevoeging: ‘Het had ook Bril kunnen zijn.”
  • Martijn Melissen: nog geen half uur na het avondspel, vraagt hij al spelend in het donker. “Wanneer gaan we het avondspel spelen?”
  • Babysmurf: “Marc, wordt je kleding die daar op de grond van de douche ligt niet nat?” Marc Montree: “Nee, want mijn handdoek ligt eroverheen.”
  • Martijn Melissen laat tijdens het smokkelspel zijn snoepje op de grond vallen. Na het oprapen concludeert hij dat het snoepje vies geworden is en zegt: “Maakt niet uit, die geef ik wel aan een smurf”.
  • Carl Pellemans ziet dat Knutsel met haar verstuikte enkel al strompelend probeert voort te bewegen en vindt het nodig om te vragen: “Ben je nog mank?”
  • Tom Weijtens krijgt twee verjaardagkaarten (in een oranje en blauwe envelop) waarop Rutger van Mierlo door de zaal roept: “De blauwe is van de smurfen.” waarop Lennaert Koolen reageert: “Nee, die is van de belasting.”
  • Carl Pellemans (als het over meisjes gaat): “Dat zijn de beste!”
  • Marcel Meeuwissen (als hij uit de slaapkamer van de leiding verhuist): “Ik ga terug naar de kinderslaapkamer, want Potige snurkt.”
  • Knutselsmurf (op de laatste dag van het kamp): “Ik hoef voorlopig nog geen kinderen.”
  • Brilsmurf (nadat hij de hele week kersenjam heeft gepromoot, en na vier jaar promotie de kersenjam eerder op is dan de aarbeienjam, maar nu nog bijna volle potten abrikozenjam resteren): “Abrikozenjam, dat is de lekkerste jam die er is!”

Leave a Reply