Dag 3: Geluidenspel

Deze avond was de hoogste tijd voor het geluidenspel. In de bossen zaten allemaal magische dieren uit de fabeldierenbijbel verstopt. Iedereen moest met zijn groepje op zoek naar deze dieren en om het wat makkelijker te maken kreeg iedereen een boekje mee met daarin een uitgebreide omschrijving van de dieren. Ze konden de dieren herkennen aan hun geluid. Probeer een Erumpent echter maar eens van een Chimeara te onderscheiden in een aardedonker bos. Even voor de leek een extra uitleg voor een beetje sfeerimpressie. De Clabbert bijvoorbeeld is een boombewoner, die qua uiterlijk wel iets wegheeft van een kruising tussen een aap en een kikker. De kop draagt korte hoorns en de brede bek, die constant lijkt te grijnzen, is voorzien van vlijmscherpe tanden. Het geluid dat een Clabbert produceert heeft nog het meest weg van het gekwaak van een kikker. Deze Clabbert was precies in de buurt van de weerwolf terecht gekomen en daardoor erg verwarrend en lastig te vinden. Ook de Crup en de Augurei bleken lastig te vinden. Je moest dan ook vaak lang lopen voor je weer een dier gevonden had. Bovendien waren de smurfen zo flauw om even geen geluid te maken als een groepje in de buurt liep. Naast je oren, moest je dus ook je ogen goed de kost geven om het spel tot een goed einde te brengen.

 

De Fabeldierenbijbel

 

Augurei (vogel, klaagzang)

De Augurei is inheems in Groot-Brittannië en Ierland, maar wordt ook elders in Noord-Europa aangetroffen en is een magere en treurig uitziende vogel, die uiterlijk wel iets wegheeft van een kleine en ondervoede gier. Het verenkleed is zwart, met een groenachtige weerschijn. De Augurei is bijzonder schuw, nestelt in braam- en doornstruiken, eet grote insecten een feeën, vliegt alleen als het stortregent en houdt zich verder schuil in zijn traanvormige nest. De Augurei heeft een kenmerkende, klaaglijke roep, waarvan men vroeger dacht dat het een voorteken was van de dood. Tovenaars meden Augureinnesten als de pest, uit angst dat ze dat hartverscheurende geluid zouden horen. Meer dan één magiër is aan een beroerte bezweken nadat hij een vochtige struik passeerde en een Augurei hoorde jammeren. Uit geduldig onderzoek is echter gebleken dat de Augurei alleen maar zingt omdat hij voelt dat er regen op komst is. Sindsdien is de Augurei een tijdlang populair geweest als huisdier, om het weer te kunnen voorspellen, hoewel veel mensen zijn vrijwel onophoudelijke gekreun tijdens de wintermaanden maar moeilijk konden verdragen.

 Chimaera (leeuw/geit)

De Chimaera is een zeldzaam Grieks monster met de kop van een leeuw, het lichaam van een geit en de staart van een draak. De Chimaera is bloeddorstig en kwaadaardig en uitermate gevaarlijk. Toch kunnen Chimaeras getemd worden, mits dit wordt gedaan door een vakkundige groep van tovenaars. De eerste benadering is hierbij cruciaal. Een Chimaera dient met uiterste zorgvuldigheid en respect benaderd te worden door een groep van tenminste zes tovenaars. Pogingen om een Chimaera te benaderen met een kleine groep leidde tot diverse verdwenen tovenaars en tot het huidige Zweinsveldse record op de 200 meter sprint (gevestigd door Jans Klatergoud). Chimaeras brullen als een leeuw, af en toe afgewisseld met een merkwaardig gemekker. Waarschijnlijk is dit dier ontstaan na pogingen van Oud-Griekse tovenaars om een huisdier te creëren dat enerzijds kwaadaardige mensen op afstand hield en anderzijds toch in de behoefte van een glaasje melk kon voorzien.

Clabbert (kikker)

De Clabbert is een boombewoner, die qua uiterlijk wel iets wegheeft van een kruising tussen een aap en een kikker. Dit dier stamt oorspronkelijk uit de zuidelijke staten van Noord-Amerika, maar is in de loop der tijden over de hele wereld geëxporteerd. De gladde en haarloze huid is vlekkerig groen, de handen en voeten zijn voorzien van vliezen en de armen en benen zijn lang en soepel, zodat de Clabbert met de behendigheid van een orang-oetang van de ene tak naar de andere kan slingeren. De kop draagt korte hoorns en de brede bek, die constant lijkt te grijnzen, is voorzien van vlijmscherpe tanden. Het geluid dat een Clabbert produceert heeft nog het meest weg van het gekwaak van een kikker. Hij voedt zich voornamelijk met kleine hagedissen en vogels. Het opvallendste kenmerk van de Clabbert is de grote puist midden op zijn voorhoofd, die rood oplicht als het dier gevaar voelt. Amerikaanse tovenaars hielden vroeger vaak Clabberts in de tuin, om tijdig gewaarschuwd te worden voor naderende Dreuzels. De aanblik van een boom vol gloeiende Clabbertpuisten was ’s avonds weliswaar decoratief, maar leidde ook tot veel lastige vragen van Dreuzels, die wilden weten waarom hartje zomer de kerstverlichting nog steeds brandde bij de buren.

 

Crup (hond)

De Crup is ontstaan in het zuidoosten van Roemenië en lijkt sprekend op een Jack-Russell-terriër, afgezien van zijn gevorkte staart. De Crup is vrijwel zeker door magiërs gefokt, omdat bijzonder aanhankelijk is voor tovenaars en buitenproportioneel fel tegenover Dreuzels. Wat voedsel betreft scharrelt de Crup overal zijn kostje bij elkaar en eet hij van alles, van kabouters tot oude autobanden. Crupvergunningen kunnen worden afgehaald bij het Departement van Toezicht op Magische Wezens, na aflegging van een eenvoudige test waarbij de aanvragende tovenaar laat blijken zijn Crup in bedwang te kunnen houden, vooral in door Dreuzels bewoonbare gebieden. De kenmerkende blaf van de Crup lijkt al net zo op een Jack-Russell als zijn uiterlijk. Crupeigenaars zijn wettelijk verplicht om de staart van hun huisdier te verwijderen als de Crup tussen zes en acht weken oud is, omdat hij anders misschien de aandacht zou trekken van Dreuzels.

Erkling (hoog, kakelende lach)

De Erkling is een elfachtig schepsel dat uit het Duitse Zwarte Woud stamt. De Erkling is groter dan de kabouter (gemiddeld zo’n negentig centimeter lang), met een spits gezicht en een hoog, kakelend lachje. Die lach werkt vooral betoverend op Dreuzels, die de Erkling probeert weg te lokken uit hun omgeving om ze op te kunnen eten. Door strengen maatregelen van het Duitse Ministerie van Toverkunst is het aantal Erkling-slachtoffers de laatste eeuwen drastisch gedaald. De laatst bekende aanval van een Erkling, die op de jongeheer Bruno Schmidt, resulteerde in de dood van de Erkling doordat de jongeman hem keihard op zijn kop sloeg met een toverketel.

Grauwel (grommen)

De Grauwel is weliswaar lelijk, maar verder niet erg gevaarlijk. Hij heeft wel iets weg van een nogal slijmerige Wildeman, met vooruitstekende tanden, en huist gewoonlijk in schuren of op vlieringen bij tovenaarsfamilies, waar hij spinnen en motten eet. De Grauwel smijt af en toe met voorwerpen, maar is in wezen onschadelijk en zal in het ergste geval hoogstens angstaanjagend grommen als iemand hem per ongeluk tegen het lijf loopt. Bij het Departement van Toezicht op Magische Wezens is de Taakeenheid Grauwels speciaal bedoeld om Grauwels te verwijderen uit huizen die overgaan in Dreuzelhanden. In tovenaarsfamilies is de Grauwel echter een geliefd gespreksonderwerp of zelfs een soort huisdier.

Kelpie (paard)

Deze Britse en Ierse waterduivel kan verschillende vormen aannemen, maar verschijnt meestal als een paard met manen van biezen in plaats van haren. Als hij een argeloze voorbijganger op zijn rug heeft gelokt, rent hij naar de dichtstbijzijnde rivier om het slachtoffer aldaar te laten verdrinken. De juiste wijze om een Kelpie onschadelijk te maken is door hem een hoofdstel om te doen waarover een tembezwering is uitgesproken. Dit maakt de Kelpie mak en volgzaam, eventueel zelfs te gebruiken als rijpaard. Dat dit niet geheel ongevaarlijk is bewijst het verhaal van Jens Stuifmeel. In een poging om een Dreuzelwedstijd dressuur te winnen, verloor haar Kelpie het hoofdstel. Tovenaars zijn weken bezig geweest om alle aanwezige Dreuzels op te sporen en genoeg vergetelheidsspreuken uit te spreken om het voorval te doen laten vergeten. De Kelpie hinnikt als een paard, wat heeft geleid tot de verdwijning van menig Dreuzel die dacht een mooi renpaard te hebben gevonden.

 

 

Maankalf (koe)

Het Maankalf is een uitermate schuw dier, dat alleen bij volle maan zijn hol verlaat. Het lichaam is glad en lichtgrijs, boven op de kop bevinden zich twee ronde puilogen en de vier dunne, slungelige poten eindigen in enorme platvoeten. In afgelegen streken ziet men soms maankalveren, op hun achterpoten, ingewikkelde dansen uitvoeren in de maneschijn. Men heeft geen enkel idee welk doel deze dansen dienen. Vaak ontstaan hierdoor ingewikkelde geometrische patronen in korenvelden, zogenaamde graancirkels, die Dreuzels voor een raadsel stellen. Maankalveren loeien als een jongvolwassen koe en komen over de gehele wereld voor. Hun zilverachtige uitwerpselen kunnen zorgen voor een versnelde groei van planten, en maakt ze bovendien bijzonder sterk. Wel moeten de uitwerpselen voor de zon opkomt worden verzameld en zijn uitgesperd over deze planten voor de zon is opgekomen.

Tebo (zwijn, varken)

De Tebo is een asgrauw wrattenzwijn, oorspronkelijk afkomstig uit Congo. Tegenwoordig is dit zwijn echter over het hele Afrikaanse continent te vinden, en ook daarbuiten zijn inmiddels diverse Tebo’s gesignaleerd. Het aantal waarnemingen is echter gering, omdat het dier zichzelf onzichtbaar kan maken. Daardoor is het ook bijzonder lastig om een Tebo te vangen, of ze te ontwijken. De enige manier om de aanwezigheid van een Tebo op te merken is de oren spitsen. Wanneer men het geknor van een varken meent te horen, maar er in geen velden of wegen een varken te bekennen is, luidt het advies van het Departement van Toezicht op Magische Wezens “rennen totdat u uitgeput bent”. Desalniettemin is Tebohuid zeer gewild omdat dit wordt gebruikt voor het vervaardigen van beschermende schilden en kleding.

Weerwolf (wolf)

De Weerwolf kom over de gehele wereld voor, hoewel men gelooft dat hij oorspronkelijk uit Noord-Europa stamt. Een weerwolf heeft het uiterlijk en de karaktertrekken van een normaal persoon. Tovenaars kunnen ook veranderen in weerwolven, als ze gebeten worden door een weerwolf. Eens per maand, met volle maan, verandert de verder volkomen normale Dreuzel of tovenaar in een moorddadig beest. Tijdens deze periode gaan weerwolven vaak zitten huilen (het kenmerkende wolvengehuil) op een rots die beschenen wordt door het maanlicht, waarna de zoektocht naar een maaltijd begint. Mensen die gebeten zijn door een weerwolf, kunnen de hiermee gepaard gaande symptomen onderdrukken. Een remedie is niet bekend, maar recente ontwikkelingen op toverdrankgebied kunnen de ergste symptomen wel voor een belangrijk deel verlichten.        hIJDD

 

Leave a Reply